Ervaringen

De moed om te blijven

WAKKER. – waar ziel en zaak samenkomen

Wij gaan in de voorjaarsvakantie skiën. Bergen, kou, beweging, het hoort bij ons.

Ik ski niet meer. Door mijn dwarslaesie zou ik technisch gezien mee de piste op kunnen, heb ik ook gedaan, maar dat doe ik niet meer. Niet omdat het niet kan, maar omdat ik ergens voel dat het iets anders vraagt dan waar ik werkelijk ja tegen kan zeggen.

Wat ik wel doe, is meegaan. Ik ga omhoog met de lift, ben in de bergen, buiten, in beweging, soms met een zonnetje op mijn gezicht, en ik ben erbij.

Op woensdag of donderdag, wanneer onze zoon de hele dag op skiles zit, ga ik vaak met vrienden naar een restaurant boven op de berg: Emilio Gormichi Hütte. Echt een dikke tip 😊! Twee liften omhoog, een stuk lopen tussen de skiërs door en dan daar aankomen. Zitten, kijken, eten en praten. Niets bijzonders misschien, en tegelijkertijd alles.

Vorig jaar zat ik in die lift omhoog, onderweg naar dat restaurant, en onder mij zag ik onze zoon skiën. Acht jaar oud, zelfstandig, vol vertrouwen in beweging, terwijl ik daarboven hing tussen hemel en sneeuw, gedragen door iets wat mij niet meer zelf liet bewegen.

En daar gebeurde iets wat niet groots of dramatisch was, maar wel onmiskenbaar aanwezig.

Ik voelde opnieuw wat voorbij is. Niet omdat ik vergeten was wat ik niet meer kan, maar omdat sommige overgangen zich niet één keer laten afronden. Ik ben nog steeds in de bergen, maar ik sta niet meer zelf op de ski’s.

En wat ik daar begon te begrijpen, is dit: soms is het geen keuze of je ergens opnieuw langs moet. Het dient zich eenvoudigweg aan. Je kunt het negeren, jezelf afleiden met nieuwe plannen of blijven doorgaan alsof er niets veranderd is, of je kunt de moed hebben om te blijven bij wat zich aandient.

Dóórleven en doorleven.

Soms moet je ergens opnieuw langs om werkelijk te kunnen erkennen dat iets veranderd is.

Terwijl ik daar zat, begreep ik langzaam dat dit niet alleen over mij ging. Dit is wat er gebeurt wanneer je leven of werk een volgende fase ingaat. Je bent er nog, maar niet meer op dezelfde manier.

In organisaties zie ik datzelfde moment voortdurend terug. Bijvoorbeeld bij founders die niet meer dagelijks in de operatie zitten. Ze zijn er nog. Ze dragen verantwoordelijkheid, kijken mee, voelen zich verbonden met wat ze gebouwd hebben, maar bewegen niet meer zoals vroeger.

Wat vaak ontbreekt, is het bewust markeren van die overgang. En als dat niet gebeurt, blijven oude reflexen meespelen. Iemand grijpt nog in alsof hij zelf op de piste staat, terwijl zijn rol allang veranderd is. Niet uit onwil, maar omdat wat geëindigd is nog niet werkelijk erkend werd.

En misschien vraagt die tussenruimte niet om een snelle oplossing, maar om de moed om er even in te blijven.

Niet dat je voortdurend je persoonlijke verhaal moet vertellen, maar wel dat je jezelf kent. Dat je weet waar jouw gevoeligheden, overtuigingen en oude bewegingen zitten, zodat ze niet onbewust gaan sturen in hoe je leidt, beslist en aanwezig bent.

Misschien is dat ook waar ziel en zaak elkaar werkelijk raken. Niet wanneer alles klopt of helder is, maar wanneer iemand bereid raakt om zijn eigen geschiedenis, lijf en verlies serieus te nemen als onderdeel van leiderschap.

Voor mij zit verandering inmiddels niet meer in het blijvende analyseren van wat er is gebeurd, maar in het serieus nemen van wat mijn lijf mij vertelt en in het vermogen om aanwezig te blijven wanneer iets of onzeker wordt.

Wat het mij heeft gebracht, is meer roest in spanning, meer scherpte zonder hardheid en een groeiend vermogen om te blijven wanneer het leven ingewikkeld wordt.

En precies dat zie ik ook ontstaan ​​bij de founders en leiders met wie wij werken. Niet alleen helderdere beslissingen over minder ruis in organisaties, maar mensen die anders aanwezig zijn raken in hun werk, hun relaties en de keuzes die verder reiken dan vandaag.

Dat zijn de overgangen waarin wij graag naast founders en leiders staan, juist wanneer het oude niet meer klopt en het nieuwe zich nog niet laat vastpakken.